Hallo Macedonië

“Een verblijf in Joegoslavië, en zeker een lang verblijf, is een kaleidoscoop van aangename en onaangename verrassing, zoals trouwens het mensenleven zelf.”

A. Den Doolaard – Het land van Tito (1954)

Macedonië. De naam van deze jonge Balkannatie klinkt bijna mythisch in onze oren, toch? Niemand minder dan Alexander de Grote schijnt er vandaan te komen, al scheiden zich daar vandaag de dag de Griekse en Zuid-Slavische geesten. “Hoe komt men daar nou zo verzeild,” vraagt men mij met lichte ontzetting in de ogen, “en vooral nu, met Corona enzo?” Door A. den Doolaard, zeg ik dan. Wat? Wie? Want wie was ook weer A. den Doolaard, de roemruchte, rondzwervende journalist/chroniqueur uit de vorige eeuw?

Voormalig enfant terrible der Nederlandse literatuur.

Op een druilerige novemberdag flaneer ik nieuwsgierig door het pittoreske Ohrid, gelegen aan de oevers van het diepste meer in Europa. Aan de horizon gloort een Albanees berglandschap. Een tweesprong doemt voor mij op. De weg voert langs een veertiende-eeuws kapelletje en dan naar beide zijden verontrustend stijl omhoog over kinderkopjes, richting het middeleeuwse stadscentrum.

Aarzelend kijk ik om mij heen. Had ik niet toevallig net een kekke herberg over het hoofd gezien, waar ik mijn plan om in de uren die komen mij vooral in historische overleveringen te verdiepen en de bijbehorende bouwwerken te bezichtigen, nog eens bij een stevig glas bier en een neut lokale pruimenjenever (rakije), in alle rust kan overdenken. Eerder, in de zomer, was ik al eens hier beland. Maar toen slechts ietwat gehaast, op doorreis met een kennis, vanuit Pristina, Kosovo komend, via de Macedonische hoofdstad Skopje en op weg naar Dürres aan de Albanese kust. Daar wachtte een reeds geboekte veerboot naar het Zuid-Italiaanse Bari. Ineens stond ik als aan de grond genageld. Achter de ramen van dat onooglijke winkeltje, het stond er toch echt:

Foto: A. Den Doolaard Museum – Ohrid; Noord-Macedonië

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin

Leave a Reply